Colombia: de stad Cartagena

Het is een havenstad en gemeente in het noordwesten van Colombia. De stad is vernoemd naar de Spaanse stad Cartagena en wordt ook wel ‘Cartagena de Indias’ genoemd. Het is de hoofdstad van het departement Bolívar en heeft een bevolking van 1.075.000 personen. De stad ligt in het noorden van het land en is het de hoofdstad van de regio Bolívar. ‘La Heroica’ (De Heldhaftige Stad), zoals de stad ook wel bekendstaat, biedt uitzicht op verschillende archipels en eilanden. We zullen zeker het architectonische en culturele erfgoed van de stad verkennen door een bezoek te brengen aan het historische centrum,dat omgeven is door kilometerslange oude muren die samen de ommuurde stad vormen. De schoonheid en het belang van dit landschap van Cartagena hebben ertoe geleid dat het in 1984 door UNESCO is uitgeroepen tot Werelderfgoed.De Colombiaanse cultuur is een unieke mix van inheemse, Afrikaanse en Europese wortels, die tot uiting komen in de muziek, dans, gastronomie en festiviteiten. Cartagena organiseert vele festivals o.a. het prestigieuze Cartagena Muziekfestival (januari) voor liefhebbers van klassieke muziek, en het Hay Festival (eind januari/begin februari) dat zich richt op literatuur en kunst, naast het grote Cartagena Filmfestival. Wellicht maken we dit nog mee.

De wijken van Cartagena zijn een mix van historie, cultuur en moderniteit, waarbij het Historisch Centrum (met sub wijken El Centro en San Diego) bekend staat om zijn koloniale charme, kleurrijke gebouwen en levendige pleinen, terwijl het nabijgelegen Getsemaní de hippe, artistieke hotspot is met street art en een jeugdige sfeer, en Bocagrande de moderne skyline toont met hoogbouw en stranden, in schril contrast met het oude deel. Verder biedt Manga een rustiger, authentiekere woonwijk met goede toegang tot bezienswaardigheden. De straten in Cartagena worden op verschillende manieren aangeduid, zoals: Carrera, Calle, Transversal, Diagonal en Avenida. De Monzanillo werf ligt tegenover het eiland Manzanillo in de wijk Zapatero.

We zijn nu sinds 9 januari 2026 in Cartagena, maar hebben nog niet veel meer gezien dan de werf, ritjes naar supermarkt en winkelcentrums c.q. warenhuizen. Zodra we weer in het water liggen zullen we voor anker gaan dichtbij het oude centrum. Dan nemen we rustig de tijd om o.a. het oude centrum te bezoeken.

Maar nu eerst wat algemene informatie en wat we hebben ervaren.
Shoppen:
We bezoeken nu diverse winkelcentrums c.q. warenhuizen om de verschillen te ontdekken. We hebben al eerder boodschappen gedaan bij enkele Exito centrums, waar je alles wel kunt krijgen. Sommige zijn echt groot, 3 verdiepingen, waar van alles te krijgen is. De laatste die we bezochten was ‘Falabello’, een enorm complex met ook een grote Jumbo supermarkt. Volop kledingzaken met te mooie kleding voor ons, ‘one dollar zaken’, sportzaken en heel veel kleine zaakjes waar ze mobiele telefoons en bijbehorende accessoires verkopen. Er moet wel een grote concurrentiestrijd zijn op dit gebied, want het zijn er erg veel. Leuke kleine koffie en eettentjes. Op de 1e verdieping is een soort plein waar heel veel verschillende eettentjes aanwezig zijn. Het is er erg druk en dit vinden we overweldigend, want dit soort drukte zijn we gewoon niet meer gewend.

Vervoer:
Je kunt je in Cartagena op verschillende manieren laten vervoeren. Allereerst de ‘gewone’ taxi’s’ (deze zijn geel) maar die nemen we niet omdat je dan niet zeker weet of je opgelicht wordt met de ritprijs. Daarnaast kun je gebruik maken van een soort Uber en daarvoor maken wij gebruik van de app ‘inDrive’ wat ons zeer goed bevalt. Je geeft aan waar je naar toe wilt, de chauffeurs kunnen zien waar jij je bevind, vervolgens worden er bedragen geopperd, de tijd van aankomst en dan kies je degene die qua prijs het redelijkste is. Het zijn geen dure ritje, maar een paar euro. Je krijgt in de app te zien hoe de chauffeur heet, welke auto hij in rijdt en wat de nummerplaat is, zodat je zeker weet dat je in de goede auto stapt. Erg veilig dus. Het zijn niet altijd de mooiste auto’s, maar goed genoeg. De meeste taxichauffeurs die we tot nu toe hebben gehad zijn erg vriendelijk. De rijstijl varieert nogal, maar als hij bevalt, geven we voldoende sterren op zijn account. Zodra we wegrijden doen ze automatisch de deuren op slot voor de veiligheid.
Dan zijn er nog gewone bussen, maar ook die hebben we nog niet uitgeprobeerd, want de taxi’s bevallen ons prima.
Verder rijden er honderden motoren rond die mensen vervoeren, soms wel meer dan drie personen! Hier wordt echt veelvuldig gebruik van gemaakt. Ter herkenning dragen ze vaak dezelfde shirtje of jasjes. De meeste dragen een helm, maar degene die achterop zit vaak niet. Wij vinden dit vervoermiddel maar doodeng, ze rijden dwars door alles heen. Zelfs wanneer wij in een taxi zitten houden we af en toe ons hart vast. Het verkeer haalt links en rechts is, wisselt van baan alsof het niets is. Er wordt voortdurend luid getoeterd en het is bijna niet te geloven dat het allemaal goed gaat. We geloven niet dat we zelf willen rijden in deze grote stad.

De taal:
We kunnen ons goed redden in het Engels, maar hier in Colombia kom je daar niet erg ver mee, want de meeste mensen spreken alleen maar Spaans. Het aantal mensen die we ontmoet hebben die Engels kunnen spreken, is op één hand te tellen. Maar we redden ons wel, zeker wanneer je vertelt dat je geen Spaans spreekt, maar wel je best probeert te doen. We komen een heel eind met een glimlach, wat losse woorden in het Spaans, Google translate en gebarentaal. Af en toe is het wel zoeken naar woorden om iets uit te leggen, maar tot nu toe gaat het goed. We zijn geen van beide echte talen mensen, maar misschien is het tijd om wat meer Spaans te leren.

De wegen en omgeving:
Zoals ik al eerder vertelde, ligt de werf in een niet zo’n goede buurt. De weg loopt dood en eindigt in een soort vuilnisbelt. In de straat staan veel vrachtwagens waaraan gewerkt wordt, zitten mensen op straat en lopen zwerfhonden rond. Er zijn enkele vage bedrijfjes in de buurt, waar ze brommers maken e.d. Ook zijn er vele mensen die drinken en eten verkopen, zittend achter een klein tafeltje of karretje.
De taxi’s nemen vaak achterliggende wegen, om de drukte te vermijden. Zo krijgen we een andere kijk op de stad. Arme wijken met verveloze huizen in vervallen staat, allen voorzien van hekwerken rondom en tralies voor alle ramen. Dat zegt wel iets over de veiligheid in de buurten. Vaak bestaan de kleinere zijwegen uit zandwegen met diep kuilen, zo ook bij de werf. Onderweg kijk je je ogen uit, je ziet echt van alles. Een man die een aantal bezems draagt, ijskarretjes uit het jaar nul, brommers met een hele grote stapel van wel 2 meter hoog achterop etc. We liepen door een straatje waar auto’s gerepareerd kunnen worden. Daar hebben ze een soort van brug gebouwd van betondraad, waar auto’s dan op kunnen rijden. Niet één zaakje, maar gewoon zes naast elkaar. Dan kom je dichter bij het centrum waar ‘moderne’ gebouwen staat met grote winkelcentrums, een groot contrast.

Algemene indruk:
Wanneer we terug zijn na onze tripjes, zijn we meestal bekaf van alle indrukken. Je ziet zoveel onderweg en dat moet je ook verwerken. Zou het door onze leeftijd komen? Geen idee, maar we geven beide toch wel de voorkeur aan om ergens lekker rustig in een kleine baai voor anker te liggen dan hier op de kant te staan in een grote stad. Maar voor de afwisseling is het oké, zolang het niet te lang duurt.